• Gratis tips van experts
  • Betrouwbare bookmakers
  • Vele community acties
  • Al een account? Log hier in.

Zes factoren die het thuisvoordeel bepalen

Je hebt er vast en zeker wel eens van gehoord: het thuisvoordeel. Ploegen die thuis spelen maken een grotere kans om te winnen, want zij spelen nou eenmaal thuis. Voor eigen publiek. Op eigen veld. Maar hoeveel voordeel heeft een thuisspelende ploeg eigenlijk?

Er is veel (wetenschappelijk) onderzoek gedaan naar het voordeel van de thuisspelende ploeg. Niet alleen voetbal, maar ook sporten als basketbal en honkbal zijn onderzocht. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in bijna alle sporten is een vorm van thuisvoordeel aanwezig. Maar in geen enkele sport is het thuisvoordeel zo groot als in het voetbal. Daarmee is echter niet alles gezegd, want hoe groot het voordeel is verschilt per wedstrijd. Het hangt namelijk van verschillende factoren af.

Thuisvoordeel in Engeland

Onderwerp van onderzoek is Engeland. De Football League is in 1888 opgericht en sinds de oprichting hebben we kunnen spreken van thuisvoordeel. Maar liefst 64% van alle punten die er te verdelen (geweest) zijn worden door de thuisploegen gepakt. Dat betekent niet dat 64% van die wedstrijden eindigt in een thuiswinst. Je moet het zo zien: alle punten die de thuisploeg gepakt heeft, inclusief die puntjes uit gelijke spelen, worden op een hoop gegooid. En daar is dit percentage uit voortgekomen. Door de jaren heen heeft dit percentage altijd stand gehouden, dus je kunt wel stellen dat ploegen een behoorlijk thuisvoordeel hebben. Of, op zijn minst, kunnen hebben.

Het thuisvoordeel wordt opvallend genoeg minder wanneer ploegen uit dezelfde stad tegen elkaar spelen. In deze derby’s komt 56% van de punten in de handen van de thuisspelende ploeg. Ook in de bekercompetities is het verschil wat kleiner. Als we daar hetzelfde puntensysteem als in de competitie zouden gebruiken, zou 59,8% van de punten voor de thuisploegen zijn.

In Europese wedstrijden is het thuisvoordeel dan weer groter en naarmate het toernooi vordert wordt groeit het thuisvoordeel lineair. Gemiddeld pakken thuisploegen in Europese wedstrijden 66% van de punten. In de kwartfinale is dit percentage echter 67,4% en in de halve finale is dit zelfs 76,1%!

De zes factoren

Cijfers genoeg dus, maar waar is thuisvoordeel eigenlijk op gebaseerd? Ook hier is het een en ander aan onderzoekswerk aan besteed, maar ze zijn niet allemaal even significant. We zetten ze even kort voor je op een rijtje.

1. Steun van het publiek

Een bekend argument voor het thuisvoordeel is het feit dat spelers voor eigen publiek spelen en dus aangemoedigd worden. Uiteraard kan een ploeg dit vleugels geven; bevestiging kan een mens tot grote hoogten brengen. Maar, nu komt het opvallende: de hoeveelheid mensen die in het stadion zit, heeft geen invloed op het percentage thuisoverwinningen. Of ze nou voor twaalf man en een paardekop spelen ergens onderin de Engelse Football League of voor 80.000 man in Wembley, in beide gevallen pakken de thuisploegen ongeveer 64% van de punten. Misschien is dit effect toch niet zo groot als soms verondersteld wordt. Spelers beweren ook vaak beter te gaan spelen als ze uitgescholden of uitgefloten worden.

2. Vermoeidheid door het reizen

Er wordt vaak gezegd dat vermoeidheid door het reizen van invloed kan zijn op het team dat uit speelt. Zij hebben zich namelijk moeten inspannen om überhaupt op te komen dagen bij de wedstrijd, en dan moet deze wedstrijd nog gespeeld worden. Onderzoek wijst echter uit dat dit maar een klein effect heeft. Wel hebben we gezien dat het thuisvoordeel in Europese wedstrijden zwaarder weegt. Wellicht heeft het pas invloed naarmate de reisafstand groter wordt, maar bij een gemiddelde Eredivisie wedstrijd zou dit dus geen verschil moeten maken. Het comfort in de bussen en vliegtuigen wordt ook steeds groter.

3. Bekendheid met lokale omstandigheden

Hoe vaak hebben we niet de verhalen gehoord van die materiaalman die het veld wat minder goed onderhoudt, zodat er polletjes ontstaan en vlot combinatievoetbal dus haast onmogelijk gemaakt wordt? Dit kan inderdaad een effect hebben, maar zulke grote verschillen in velden zijn vandaag de dag niet meer toegestaan en de kwaliteit van grasmatten wordt steeds meer gelijk getrokken. Wel zijn er ploegen met grote velden en ploegen met kleinere velden, maar die pakken niet significant meer of minder punten in thuiswedstrijden. Toch kan bekendheid met de omgeving wel helpen. Het is moeilijk om te bewijzen, maar het kan ertoe leiden dat spelers zich beter bewust zijn van waar ze op het veld staan en hoe ze moeten lopen. Ze herkennen bepaalde punten aan de omgeving, waardoor ze intuïtief weten waar zij staan ten opzichte van het doel of de tegenstander.

4. Scheidsrechters

Wie kent ze niet, die irritante thuisfluiters?! Onderzoek wijst uit dat scheidsrechters inderdaad thuisploegen vaker fluiten in het nadeel van de uitspelende ploeg, vooral in stadions waar het publiek dicht op het veld zit en de scheidsrechter dus makkelijk kan intimideren. Helaas is dit ook wetenschappelijk moeilijk te bewijzen, want de uitspelende ploeg speelt over het algemeen meer verdedigend en maakt dus vaker overtredingen.

5. Aangepaste tactiek uitploeg

Daarop voortbordurend is er wat bewijs te vinden dat een defensieve tactiek van de uitploeg statistisch gezien in het voordeel van de thuisploeg is. Vooral in Europese wedstrijden met knock-out systemen kan een 1-0 uitnederlaag ook een positief resultaat zijn. Daarnaast hoeft een thuisploeg zich minder druk te maken om de aanvallende kwaliteit van een tegenstander als deze een defensieve tactiek hanteert.

6. Psychologische factoren

Voetbal is ook een mentaal spelletje, dat zul je maar al te goed weten. Als spelers geloven dat zij echt thuisvoordeel hebben, zullen ze ook beter gaan presteren wanneer ze thuis spelen. Er zijn ook voldoende voorbeelden te vinden van ploegen die in eigen huis juist niet goed presteren, omdat het publiek bijvoorbeeld niet tevreden is. Dan geloof je niet meer in je thuisvoordeel en als gevolg daarvan wordt de druk om te presteren alleen maar groter. Uit Amerikaans onderzoek naar honkbal en basketbal is zelfs de hypothese naar voren gekomen dat in beslissende wedstrijden (zoals finales) het een nadeel is om thuis te spelen, juist vanwege die extra druk die erbij komt kijken. In het voetbal hebben we daar natuurlijk minder last van, aangezien finales meestal op neutraal terrein gespeeld worden. Maar het zet de nederlaag van gastland Portugal tegen Griekenland in de EK-finale van 2004 en de nederlaag van gastland Frankrijk tegen Portugal in de EK-finale van 2016 natuurlijk wel in een ander daglicht.

Thuisvoordeel niet vanzelfsprekend

Zoals je ziet, is het nog een beetje vaag hoe groot het thuisvoordeel nou precies is. Of een ploeg echt thuisvoordeel heeft, zul je af moeten leiden uit de omstandigheden. Een ploeg die een tegenstander die praktisch naast de deur speelt treft, zal minder thuisvoordeel hebben dan een ploeg die duizenden kilometers af heeft moeten leggen. Als de fans beginnen te morren, kan een thuiswedstrijd zelfs eerder in je nadeel werken. Ook maakt het dus uit of je met een knock-out wedstrijd of een competitiewedstrijd te maken heeft. Het is te kort om te bocht om te zeggen dat je per definitie thuisvoordeel hebt, maar als de omstandigheden juist zijn ben je in eigen huis wel sterker.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.
 
Plaats uw reactie

Om een reactie te plaatsen moet u ingelogd zijn.

- U heeft al een account? Bovenaan de website kunt u inloggen!
- U heeft nog geen account? Klik hier om u aan te melden.